Soms word ik midden in de nacht wakker door het geluid van ‘onze’ uil. In dat stille moment, tussen droom en ontwaken, lijkt er iets in mij geraakt te worden — een oud weten, een zachte herinnering aan wie ik in wezen ben.
De roep van de uil voelt vaak als een uitnodiging om naar binnen te kijken, voorbij de dagelijkse ruis en de verwachtingen van buitenaf. Om te durven zien wat vaak verborgen blijft — niet alleen het licht, maar ook de schaduw.
Het gedicht ‘Inspirasi Burung Hantu’ (zie tab ‘Certor Verbis’), gaat voor mij over het her-inneren van onze eigen wijsheid. Over de moed om stil te worden, te luisteren naar intuïtie en te vertrouwen op wat je diep vanbinnen al weet. Niet als iets zweverigs, maar als iets heel echts en doorleefds.
De uil herinnert mij eraan dat zelfs in het donker helderheid te vinden is — als je bereid bent om met open ogen naar binnen te kijken.